Op 18 augustus arriveert hij in Londen en begint meteen met de repetities. Dan reist het hele gezelschap op 23 augustus met een speciale trein naar Birmingham. De première is op 26 augustus 1846 in Birmingham met een orkest van 125 man en een koor van 271 zangers en zangeressen (79 sopranen, 60 alten (overwegend mannen), 60 tenoren en 72 bassen).
Het is meteen een daverend succes: niet minder dan vier aria’s en vier koren moeten herhaald worden! Mendelssohn dirigeert een groot aantal Engelstalige uitvoeringen van deze eerste versie. Maar na de première begint hij meteen met veranderen. Zo componeert hij alle recitatieven opnieuw. De Duitstalige première was gepland voor 1847. De drukproeven hiervoor ontvangt hij enige weken voor zijn dood als hij al ernstig ziek is. Deze première heeft hij niet meer meegemaakt.
Structureel is de Elias verdeeld in twee delen met een totaal van 42 individuele deeltjes of ‘nummers’, die vaak onderling zijn verbonden of in elkaar overgaan. Tamelijk ongebruikelijk is de ‘Inleiding’, waarin Elias de aanstaande droogte aankondigt waartoe God Israël veroordeelde als straf voor de verering van valse idolen. Een fugatische ouverture schildert daarna de barensweeën waaraan het volk gedurende drie jaar was onderworpen voordat het eerste deel begint. Bij het schrijven van de Elias wenste Mendelssohn vooral ‘het dramatische element’ uit het leven van de profeet naar voren te brengen. Wat dit betreft verschilde hij van mening met zijn medewerker dominee Schubring voor wie alles wat naar ‘opwinding’ zweemde in tegenspraak was met ‘het stichten van het hart’ en die in plaats daarvan het ‘heilige element’ wilde laten domineren.
Wat tenslotte aan het eind van hun steekspel resulteerde, is een partituur die Mendelssohn ‘overvloedig en begrensd’ drama noemde maar ook contemplatieve momenten van spirituele reflectie had zoals Schubring dat wenste. Zodoende hebben bijvoorbeeld de ‘taferelen’ in het eerste deel, waarin Elias, de weduwe en de aanbidders van Baal voorkomen, duidelijk het karakter en de toon van een opera, terwijl koren als Wohl dem der den Herrn fürchtet en Wer bis an das Ende beharrt een opgetogenheid en een gevoel van geestelijke verheffing bereiken die zelfs de in doctrinair opzicht onbuigzame dominee plezier moet hebben gedaan.
Niet alle ‘nummers’ uit de Elias halen een constant hoog niveau, maar de elementen van nadrukkelijk theatervertoon en melodische inspiratie, samen met de duidelijke oprechtheid van Mendelssohns eigen diepgewortelde geloof, verlenen het oratorium een duurzaam karakter, waardoor het voorlopig nog wel op het repertoire zal blijven.
Jaap Hardy