Eerstkomende concert

Voorjaarsconcert 2019

Petite Messe Solennelle van Rossini

De luisteraar, die de Petite Messe Solennelle voor het eerst hoort, zal geneigd zijn te zeggen, dat het stuk noch klein, noch ernstig, noch specifiek liturgisch van geest is. De première werd gegeven in het huis van Gravin Louise Pillet-Will, aan wie het opgedragen was, en de luisteraars vonden algemeen, dat de Mis een magnifieke prestatie was, een creatieve zelf-vernieuwing van de 71 jaar oude componist.

Rossini vond 12 zangers het ideale aantal voor de uitvoering: de solisten moesten de koordelen zingen, als ze op dat moment geen solo zongen. De uitvoeringspraktijk werd uiteindelijk met grotere koren en aparte solisten. Oorspronkelijk was de begeleiding voor 2 piano’s en harmonium. Dat lijkt een vreemde combinatie, maar gezien de context van een salonstuk is zo’n instrumentatie niet ongebruikelijk. In de jaren 1866-67 orkestreerde Rossini het stuk.

Ritme en modulatie spelen een belangrijke rol in de opening (Kyrie), en de ritmische opwinding wordt vervolgd in Gloria en Credo (let ook op de contrapunt in Cum Sancto Spiritu en Et Vitam Venturi Saeculi. De prachtige tenorsolo Domine Deus herinnert aan Cujus Animam uit Rossini’s eerder geschreven Stabat Mater, terwijl Rossini’s opera-wortels herkenbaar zijn in het Quoniam. De invoeging van O Salutaris (geen onderdeel van de liturgie, maar vaak gebruikt als lied gedurende de mis of Benedictus) gaf Rossini de gelegenheid om te experimenteren met de ongebruikelijke harmonieën die hij toen in zijn pianostukken gebruikte. Het laatste, oplichtende Agnus Dei voor countertenor (Rossini’s lievelingsstem) en koor brengt het werk tot een dramatisch einde.

Barry Creasy, Chairman Collegium Musicum London

Voorjaarsconcert 2019

Petite Messe Solennelle van Rossini
– 29 maart 2019 in de Kristalkerk te Hengelo
– 30 maart 2019 in de Hofkerk te Oldenzaal

M.m.v. het zangkwartet Quatre Bouche:
Bauwien van der Meer                        sopraan
Petra Ehrisman                                    alt
Gerben Houben                                   tenor
Michel Poels                                        bas

Ellen Zijm: accordeon
Inge Lulofs: piano

Klik hier voor meer informatie

Gioachino Antonio Rossini (1792 – 1868)
Gioacchino Rossini werd op 29 febuari 1792 geboren in de Italiaanse stad Pesaro als zoon van een trompettist-hoornist Giuseppe Rossini. Hij kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn vader.
In 1806 ging hij studeren aan het Liceo Musicale in Bologna bij Stanislao Mattei en in 1810 kreeg Rossini zijn eerste opdracht voor een opera, waarna er snel meer volgden. In 1813 boekt hij groot succes met Tancredi en L’Italiana in Algeri. Twee jaar later was hij verbonden aan het Teatro San Carlo in Napels en ontstonden er naast een groot aantal opera serie ook komische meesterwerken, zoals Il barbiere di Siviglia, La Cenerentola en La Gazza Ladra. In 1822 trouwde Rossini met de sopraan Isabella Colbran. Na de opera Semiramide vertrok Rossini naar Londen en woonde vanaf 1824 in Parijs waar hij het Théâtre Italien leidde. In 1829 schreef Rossini zijn laatste theaterwerk, Guillaume Tell. Hierna schreef hij alleen nog maar geestelijk werk, waaronder het Stabat Mater en de Petite Messe Solennelle.

 

Word vriend van TCOV

Als je van klassieke muziek houdt, van onze concerten geniet en begrijpt dat kwaliteit geld kost, dan willen we je graag tot onze vrienden rekenen.

Meer info »

 

Facebook icoon